Alles wat je moet weten over Indische kruiden.

Indische kruiden

Ondanks dat de Indische/Indonesische keuken  voor velen al lang geen onbekend terrein meer is, wil ik toch een overzichtje maken van de meest gebruikte kruiden.

Jarenlang was zelf Indisch/Indonesisch koken voor vele mensen een groot avontuur, dat begint met mooie, heerlijk uitziende foto’s en lijstjes met vreemde ingrediënten… tegenwoordig struint men voor een lekker recept allerlei kookboeken, foodchannels en internet af. Men laat zich niet meer afschrikken door vreemde namen, maar men gaat gewoon aan de slag.

Het is tegenwoordig niet meer moeilijk om aan de nodige verse ingrediënten te komen, die nodig zijn om een traditioneel Indisch gerecht te maken. Veel toko’s hebben een ruim assortiment aan kruiden, specerijen en ingrediënten. Maar ook supermarkten, groentewinkels en markten bieden alles aan wat je nodig hebt om thuis lekker Indisch te kunnen koken!

collage-1 kruiden

1.  We beginnen bij de meest bekende smaakmaker: KNOFLOOK oftewel BAWANG PUTIH: Knoflook wordt in veel Indische gerechten gebruikt en iedereen heeft wel eens iets met knoflook gegeten. Behalve een goede smaakmaker is knoflook ook goed voor de gezondheid: het zuivert het bloed en werkt onder andere preventief tegen kwaaltjes in maag en darmen. Meer en vaker knoflook eten dus!

2.CITROENGRAS oftewel SEREH:
Groeit als een heester en geeft een citroenachtige aroma af. Meestal wordt de onderste 10-15 cm gebruikt, die men in dunne ringen snijdt en in de vijzel – ‘cobèk’- fijnwrijft, vaak met andere kruiden. Soms moet de hele stengel mee worden gekookt, die dan voor het serveren wordt verwijderd. Zelf kneus ik de stengel, waarna ik er een knoop in leg. Dit kook ik dan mee in mijn soto ayam.

3. LIMOENBLAADJES oftewel DJERUK PURUT:
Citroenblad is een blad van de limoenboom en is een frisse smaakmaker met een limoenachtige smaak. De bladeren worden gedroogd en gestampt gebruikt als kruiderij in de keuken. In Nederland is citroenblad zowel vers als ingevroren, maar ook gedroogd verkrijgbaar in de toko en Aziatische supermarkt. Verse, fijngesneden citroenblad is heerlijk bij de bereiding van vis!

4. GARNALENPASTA oftewel TRASSI:
Trassi is een in de zon gefermenteerd mengsel van gemalen, kleine, rauwe garnaaltjes en zout dat daarna in handzame blokken wordt geperst. De geur is wel even wennen, maar in kleine hoeveelheden en in combinatie met andere specerijen krijgt je gerecht wel een authentieke smaak.
Ook in poedervorm verkrijgbaar, dit geeft wel de smaak en je hebt minder last van de geur.

collage-2 kruiden

1. SPAANSE PEPERS oftewel LOMBOK  en KLEINE, SMALLE PEPERS oftewel RAWIT:
Lombok is de vrucht van een van oorsprong Zuid-Amerikaanse plant. Verspreid over de hele wereld zijn er meer dan 3000 varianten van deze plant bekend, waarbij de pepers variëren in kleur, grootte, vorm, smaak en scherpte. De hele peper is eetbaar; in reepjes of in ringetjes gesneden staat het heel decoratief in een gerecht!

Over het algemeen zijn ze heet van smaak, de zaadjes en zaadlijsten worden vaak verwijderd om een gerecht minder scherp te maken.

De rawitpepers zijn kleine, smalle pepers maar daarom niet minder heet (‘pedis’). Ook hier geldt dat ze een mildere smaak hebben wanneer je de zaadjes verwijdert.
Rawit kun je eigenlijk aan elk gerecht toevoegen om de smaak pittiger te krijgen. Het is dan ook een vaste ingrediënt in de Aziatische keuken. Ook worden ze gebruikt om sambel te maken.

2. GALANGA oftewel LAOS:
De smaak lijkt wel wat op die van gember, maar is frisser en minder scherp/peperig. Het is ook lid van de gember-familie en is feitelijk een wortel van een tropische plant.

In dikke plakjes gesneden kun je ze mee laten stoven in boemboes en gerechten, waarna je ze voor het opdienen eruit vist. Of je maalt/wrijft ze fijn met andere specerijen in boemboes. Gebruik het liefst verse of desnoods ingevroren laos.
Zelf snij ik de laos vooraf in plakjes en vries ze daarna in; bij het koken haal ik de benodigde, gesneden plakjes uit de vriezer, erg handig!
Laos in poedervorm blijft wel een handig en snel alternatief.

3. KRUIDNAGEL oftewel CENGKEH:
Kruidnagel is het gedroogde bloemknopje van de kruidnagelboom. Ze hebben een sterke, warme, geurige smaak die best wel overheerst. Meestal zijn er maar twee of drie kruidnagels nodig en worden in z’n geheel meegekookt in stoofschotels of in de semur. Kruidnagelpoeder is een vast onderdeel van bijvoorbeeld koek-en speculaaskruiden, denk aan spekkoek!

4. GEMBER oftewel DJAHÉ:
Gember is de wortelstok van de tropische plant Zingiber en wordt, behalve in de Indische keuken, ook veel in de Chinese keuken gebruikt.
Gember heeft een frisscherpe, citrusachtige smaak. Je kunt gember raspen, fijnhakken, fijnwrijven (‘uleken’) en in schijfjes snijden. Deze schijfjes kook je mee in gerechten waarna je ze eruit vist als je het gerecht opdient.
Ook verkrijgbaar in poedervorm dat vaak gebruikt wordt in koekjes en gebak.

collage-31. CANDLENUT oftewel KEMIRINOOT: 

Kemirinoten bevatten blijkbaar zó veel olie dat ze kunnen branden, vandaar de Engelse naam Candlenuts.

Ze lijken qua vorm op een macadamianoot, maar kunnen in tegenstelling tot deze noot niet rauw worden gegeten. Kemirinoten bevatten nl. licht giftige stoffen, die bij verhitting verdwijnen.
Je kunt ze in kleine stukjes hakken of fijnwrijven (‘uleken’) om ze daarna aan je gerecht toe te voegen. Kemiri smaakt vettig, notig en een beetje bitter. Het maakt sauzen dikker en hartiger. Ook verkrijgbaar als kant-en-klare kemiripasta.

2. INDISCHE LAURIER oftewel SALAMBLAD:
Salamblad is een typisch ingrediënt uit de Indische keuken en wordt vaak vergeleken met laurierblad. Het lijkt alleen in uiterlijk op laurier en heeft dus niet de smaak ervan. Salamblad smaakt licht zuur, een beetje citrusachtig en als je ze meestooft in een gerecht, komt de smaak pas vrij.

 

Indische kruiden: kunyit
Kunyit

GEELWORTEL/KURKUMA oftewel KUNYIT:

Ook kunyit is een wortelstok met een doorsnede van één centimeter; het is een ‘zusje’ van gember en laos. Kunyit wordt niet alleen gebruikt voor de smaak maar vooral ook voor de gele kleur, denk aan nasi kuning en aan soto. De smaak is wat bitter en het vlekt enorm, voorzichtigheid is dus geboden!

Tot zo ver dit overzichtje. De Indische keuken kent nog véél meer kruiden en specerijen, maar dit zijn toch wel de meest basic kruiden. Of ben ik er nou toch een paar vergeten ?

 

 

 

 

 

 

 

 

 

17 gedachtes over “Alles wat je moet weten over Indische kruiden.

  1. R Geenen says:

    U heeft een leuke site of zoals u het zelf zegt Blog. Ik mist twee belangrijke kruiden, namelijk Ketoembar en djintan, die bijna altijd samen in gerechten worden gebruikt. Bij deze twee kruiden altijd letten op de verhouding, namelijk 1 op 3. Djintan is veel sterker en dus 1 theelepel op 1 eetlepel ketoembar. Dan mis ik de charlotjes als ui. Wat betreft Kunjit, die geeft voornamelijk alleen een kleur. Wilt U geur aan het eten brengen dan moet u de Kunjit bladeren bij het gerecht doen. Bv het Padangse gerecht rendang wordt door de mens van Padang bijna altijd het blad gebruikt. Rendang is geen geel gerecht, maar donker bruin tot bijna zwart en droog.
    Persoonlijk gebruik ik veel lombok en niet alleen omdat het heet is. Er zijn lomboks zoals enkele uit Thailand waarvan de rode huid een heerlijke smaak hebben. Ik noem hier de Cayene peper.
    Groet uit SoCal

  2. deindomama says:

    Beste meneer Geenen, bedankt voor uw reactie uit het verre Californië!
    Inderdaad zijn djinten en ketumbar belangrijke Indische kruiden. Mijn man gebruikt djinten in de boemboe saté. Een overheersende smaak, hij is er dan ook voorzichtig mee.
    Hier in NL heb ik zelf nog nooit verse kunyit bladeren gezien, ze zullen ongetwijfeld lekker geuren. Meestal als het om verse kruiden gaat! In de rendang voeg ik zelf ook wat kunyit toe.

    Fijn dat u mijn post heeft gelezen!
    Groet,
    de Indomama.

  3. R Geenen says:

    U weet dat de echte rendang uit west-Sumatra, Padang komt en door de Minangkabau mensen is uitgevonden. Dat heet dan ook Rendang Padang. Elke andere variatie is gewoon rendang. Vooral als er ook suiker in wordt gedaan. En wanneer er nog een sausje bij is, heet het op Sumatra Kalio.
    https://MyIndoWorld.com

  4. R Geenen says:

    Dan nog een kleine invulling betreffende het eiland Java. Immers de meeste Indische keukens in Nederland zijn gericht op Java. Java wordt verdeelt in West, Midden en Oost.
    Dat kan bijna ook met het eten. West Java is het Indonesisch eten gematigd heet en ook gematigd zoet. Midden-Java mensen gebruiken erg veel suiker in hun eten. B.v. het kip gerecht Ajam Kelasan is gewoon zoet. Op Oost-Java wordt daarentegen vrij heet gegeten en veel minder zoet gemaakt.
    Het eiland Lombok ten oosten van Bali heeft ook erg hete gerechten. Daarom zou ik het aanbevelen dat de mensen hun eethuizen eigenlijk wat duidelijker neerzetten. Vertel waar de mensen in de keuken vandaan komen.

  5. Peter van Raaij says:

    Als ik een (uitgebreide)n aanvulling mag geven? En dit is niet bedoeld als kritiek maar echt alleen als aanvulling! Het is een overzicht van allerlei ingrediënten en niet alleen kruiden.

    ASEM
    is het samen geknede vlees van de rijpe vrucht van de tamarinde (tamarindueindica). Het wordt o.a.
    gebruikt voor het mals maken van vlees en gevogelte. Vlees en gevogelte worden voor het braden
    ingesmeerd met een papje bestaande uit een mengsel van asem en zout. Ook vis wordt op dezelfde
    manier behandeld en wel om de penetrante geur weg te werken. Bovendien wordt asem in vele
    gerechten gebruikt in plaats van azijn. Men maakt daartoe asemwater. Een stukje asem ter grootte
    van een walnoot weekt men met 2 a 3 eetlepels warm water. Laat dat enige tijd staan, verwijder de
    pitten en vezels door ze te zeven. Vervolgens gebruikt men de bruine drab. Tenslotte maakt men van
    de asem pulp limonadesiroop, jam en koekjes. Hier wordt asem verkocht in kleinere of grotere pakjes
    samengeperst.

    BIHOEN OF MIHOEN
    fijne soort mie, uit meel of rijst gemaakt.

    DJEROEK POEROETBLAD
    is het blad van de citrus hystrix, een citroensoort met kleine wrattige vruchten. Zowel de vrucht als het
    blad worden gebruikt om geur te geven aanbepaalde gerechten.

    DJAHÉ
    is de wortelstok van de gemberplant (zingiber officinale). Wordt als kruiderij in vele gerechten gebruikt.
    Gekonfijte gember maakt men van de jonge wortelstok. Men kan hier tegenwoordig ook verse
    gemberwortel krijgen. In de gerechten in dit boek, wordt op een enkele uitzondering na, gebruik
    gemaakt van de poeder djahé, in flesjes of zakjes te koop.

    DJINTEN OF DJINTAN
    is zowel als zaad als in gemalen vorm in flesjes en zakjes te koop. Cuminumcyminum, de
    Nederlandse naam is komijn, komijnekaas ontleent haar naam aan deze kruiderij. Ongemalen komijn
    voor de Indonesische keuken eerst fijnstampen.

    DENGDENG
    wordt gemaakt van dun gesneden lappen vlees, licht gezouten en ingewreven met salpeter. Het vlees
    wordt in de wind gedroogd. Men maakt het o.a. van zowel rund als varkensvlees. Dengdeng manis is
    een zoete dengdeng, die behalve met zout en salpeter ook ingewreven is met een papje van
    Javaanse suiker en verschillende kruiden. Gebakken wordt het gerecht bij de rijst gegeten, maar men
    voegt het in kleine stukjes gesneden ook wel als smaakmiddel aan een gerecht toe.

    EBI
    bestaat uit gedroogde garnalen. Ze zijn in verschillende grootte te koop. Ze worden geweekt aan
    diverse gerechten toegevoegd, maar ook wel met de kruiden mee gestampt. Sinds enige tijd is ebi hier
    ook in gemalen vorm te krijgen. In zakjes te koop.

    HOEN KWEEMEEL
    is een fijn geurig meel dat gebruikt wordt voor het maken van puddingen en koekjes. Het wordt van
    katjang hidjau gemaakt.

    JAVAANSE SUIKER (GOELA DJAWA)
    wordt behalve uit het sap van het suikerriet ook bereid uit het sap van de bloemkolven van vele
    palmsoorten als de arenpalm en de kokos. Ze ziet donkerbruin, is zeer geurig en heeft de
    samenstelling van borstplaat. In gesmolten toestand wordt ze in zoete gerechten gebruikt.
    Veelvuldig wordt ze ook in hartige gerechten gebruikt.

    KATJANG HIDJAU
    zijn gedroogde erwtjes (phaseolus radiates). Er wordt taugé van gemaakt. Ook gebruikt men de
    erwtjes bij de bereiding van zowel soep als pap.

    KEMANGI
    is het blad van de ocimum basilicum/citratum. In de zomer kan men het tuinkruid basilicum hiervoor
    gebruiken.

    KEMIRIE
    is de noot van de aleuritus moluccana. Zijn sterk smakende noten die fijngewreven in
    verschillende gerechten gebruikt worden. Gepeld en in zakjes te koop. Ze worden voor gebruik altijd
    eerst even gepoft in de oven of aan een breinaald gestoken boven de gasvlam. Ook gaat het in een
    foliebakje op een lage gasvlam of in een lauwe oven.

    KENARI
    is de noot van de canarium commune (java almond). Ze worden in het oosten van Indonesië voor
    verschillende gerechten gebruikt. Ze kunnen rauw als amandelen worden gegeten.

    KENTJOER
    is de wortelstok van de kaemperia galanga. Is in gemalen vorm in flesjes en zakjes te koop. Kentjoer
    heeft een sterk overheersende smaak en wordt in combinatie met andere kruiden in een kleine
    hoeveelheid aan bepaalde gerechten toegevoegd. Wees voorzichtig met de dosering!

    KETJAP
    Indonesische soja, gemaakt uit sojabonen waaraan verschillende kruiden o.a.anijs zijn toegevoegd.
    Men kan kiezen uit drie soorten: zoete, zoute en halfzoute. De laatste wordt in de meeste gerechten
    gebruikt.

    KETOEMBAR
    de Hollandse naam is koriander (coriandrum sativum). Is zowel als zaad en in gemalen vorm
    verkrijgbaar. In dit boek wordt de gemalen vorm gebruikt. Ketoembar wordt in combinatie met djinten
    in vele gerechten gebruikt. Op enkele uitzonderingen na is de verhouding 1 deel djinten op 2 delen
    ketoembar.

    KLAPPER
    of kokosnoot. Is de vrucht van de kokospalm (cocos nucifera). Het witte vruchtvlees van de rijpe vrucht
    wordt in Indonesië gebruikt om olie van te maken. Het geraspte vruchtvlees, gemengd met water
    wordt uitgeperst en levert een vloeistof, santen, die in de Indonesische keuken als melk of room wordt
    gebruikt. De verse vruchten zijn het hele jaar door te krijgen, maar het raspen van het vruchtvlees en
    het uitpersen van de melk is nogal een arbeidsintensieve bezigheid. In de handel is kokosmeel
    verkrijgbaar, geraspt en gemalen vruchtvlees waaraan al het water onttrokken is. Het is zeer bruikbaar
    voor het maken van bepaalde koekjes en voor gerechten waarin droog gebakken geraspte klapper
    wordt gebruikt. Voor de vele gerechten waaraan santen wordt toegevoegd kan men beter gebruik
    maken van de blokken ingedampte klappermelk, die in de vorm van boterpakjes als “creamed
    coconut”, maar ook wel onder de naam santen te koop zijn. In de koelkast bewaard, blijven ze heel
    lang goed. Om de santen te maken lost men het blok of een deel ervan op in kokend water. Een heel
    blok levert ongeveer 12 dl santen op. Heeft men eenmaal van het blok santen gemaakt dan bederft
    deze vloeistof vrij gauw. Men kan het blok echter gemakkelijk in vieren of achten delen met een mes
    om enkele dl santen te krijgen.

    KLOEWEK OF KLOEWAK
    is de noot van de pangium edule. Een Hollandse naam bestaat er niet voor. Het is een kruiderij van
    zeer overheersende smaak die in bepaalde vleesgerechten wordt gebruikt, o.a. in rawon. Ze worden
    onder de naam van kloewakpitten verkocht. Men kraakt de noot, haalt de pit eruit, stampt die fijn en
    vermengt ze met water.

    KOENJIT OF KOENJIR
    is de wortelstok van de curcuma domestica. In het Hollands kurkuma of geelwortel geheten. Het geeft
    niet alleen aroma maar ook een mooie gele kleur aan de gerechten. Koenjit is zowel in verse vorm als
    gemalen te verkrijgen. Het mag nooit rauw gebruikt worden maar moet eerst gepoft of even
    meegebakken of meegekookt worden. Koenjit wordt in alle kerriemengsels gebruikt.

    KOEPING TIKOES
    letterlijk muizenoortjes. Een soort gedroogde chinese champignons (auriculariaspec. div.) die in
    Chinese gerechten gebruikt wordt. Voor het gebruik enige tijd weken.

    KOETJAI
    is bieslook, ook wel uienkruid genoemd. In de zomer vers verkrijgbaar. Kan zowel in de volle grond als
    in een bloempot of bloembak zelf gekweekt worden.

    KROEPOEK
    wordt van verschillende ingrediënten gemaakt. Men kent in Indonesië wel dertig soorten kroepoek.
    Hier kan men 3 a 4 soorten krijgen: de kroepoek oedang,gemaakt van meel en garnalen; kroepoek
    palembang, gemaakt van meel en vis; emping belindjoe, gemaakt van de belindjoevrucht. Voor het
    bakken moet de kroepoek door en door droog zijn. Kroepoek oedang is in gebakken vorm overal
    verkrijgbaar.

    LAKSA (SOOEN)
    transparante chinese vermicelli.
    LAOS

    is de wortelstok van de alpinia galanga. De Nederlandse naam is grote galanga,maar er zullen niet
    veel mensen zijn die dat weten. Laos is zowel als gedroogd een verse wortel en in gemalen vorm
    verkrijgbaar. In dit boek wordt hoofdzakelijk de poedervorm gebruikt. Laos wordt vrijwel in alle sajoers
    en sambal gorengs gebruikt en in nog vele andere gerechten. Koop ze dus niet in te kleine
    hoeveelheid, maar schaf een zakje van 50 gram aan.
    LOMBOK

    is de vrucht van de capsicum annuum of wel de chilipeper (Chilipeper). ’s Zomers in verse vorm, zelfs
    op markten en in groentewinkels te krijgen. Er zijn rode en groene lomboks. De laatste is minder heet
    en wordt in bepaalde gerechten gebruikt. De lombok rawit is een kleine uitvoering en erg heet, zeker
    in gedroogde vorm.

    MIE
    is een chinese spaghettisoort, gemaakt van tarwe of tapiocameel. Wordt gebruikt als
    hoofdbestanddeel in o.a. bakmie.

    PETEHBONEN
    zijn sterk ruikende bonen van de parkia speciosa, gebruikt in sambal gorengs en sajoers. Ze zijn
    gepekeld in flesjes en gedroogd in plastic te koop. De gedroogde bonen moeten eerst voor geweekt
    worden. Tegenwoordig zijn ze ook vers als grote peulen verkrijgbaar.

    PETIS
    is een pasta, gemaakt van gegiste garnalen. Wordt in verschillende gerechten gebruikt.

    REBOENG
    zijn bamboespruiten. In Nederland verkrijgbaar in blikjes uit Hongkong. Worden in
    Indonesische maar vooral in chinese gerechten gebruikt.

    SALAM
    is het blad van de eugenia polyantha, een soort laurier. Het blad is iets donkerder van kleur en anders
    van smaak dan het laurierblad dat wij in de Europese keuken gebruiken. Het kan bij uitzondering
    eventueel als vervanger dienen.

    SEDEP MALAM
    is de bloem van de polianthus tuberosa (tuberoos). Wordt in gedroogde vorm (van te voren weken) in
    chinese recepten gebruikt.

    SEREH
    is het citronella gras, andropogon nardus. Wordt in gedroogde vorm verkocht en wordt meestal in
    combinatie met het salamblad in vele gerechten gebruikt. Tegenwoordig ook vers te krijgen.

    SJALOTTEN
    zijn kleine roodpaarse uitjes, allium cepa. Er gaan er 10 a 12 in 100 gram. Ze worden vrijwel in alle
    Indonesische recepten verwerkt. Hier zijn ze soms niet te krijgen. Ze zijn geuriger dan de grote uien
    en scherper, maar kunnen in geval van nood door deze vervangen worden.

    TAUGÉ (TAOGE)
    wordt gemaakt van katjang hidjau, die men in een vochtige warme atmosfeer heeft laten kiemen.
    Volop te koop op de markt en in groentewinkels. Het restant van de schilletjes spoelt men er onder de
    kraan af. Ze kunnen ook afgeschept worden wanneer ze in een pan met ruim water boven komen
    drijven.

    TAHOE
    wordt gemaakt van sojabonenmeel en in balkjes van ca. 25 cm verkocht. Men kan ze een dag of wat
    in water bewaard in de koelkast goed houden. Ze bevat zeer veelplantaardige eiwitten. Ze vormt het
    hoofd ingrediënt van zowel chinese, Japanse en Indonesische gerechten. In Japan heet het tofu.

    TAOTJO
    is een donkerbruine brij van verschillende soorten gegiste chinese bonen. Taotjo heeft een sterke,
    enigszins wijnachtige smaak. Wordt zowel in chinese als Indonesische gerechten gebruikt.

    TEMOE KOENTJI
    is de jonge wortelstok van de gastrolichus panduratum. Verkrijgbaar in Indische toko’s. Wordt slechts
    in bepaalde recepten gebruikt.

    TEMPEH
    is een koek van sojabonen waarop een bepaalde schimmel is geënt die de sojaboon zeer goed
    verteerbaar maakt. Zeer eiwitrijk. Tempeh wordt zowel gebakken als gekookt in gerechten verwerkt en
    is in plastic verpakt.

    TERASI OF TRASSI
    wordt van garnalen bereid en tot koeken geperst. Trassi wordt in bijna alle Indonesische gerechten in
    kleine hoeveelheden gebruikt. Het ruikt zeer sterk in rauwe toestand. Men kan ook reeds
    voorgebakken trassi kopen die de hinderlijke lucht mist. Bewaren in een goed afgesloten pot of in
    plastic.

    TERI
    zijn kleine gedroogde visjes, tamelijk zout. Ze worden in zakjes verkocht en/of als apart gerecht of als
    ingrediënt voor een gerecht gebruikt. Ze moeten goed droog bewaard worden.
    Dit zijn de meest voorkomende kruiden en ingrediënten. Nog andere staan vermeld onder {“Maleise
    woorden en uitdrukkingen”.} Naast bovengenoemde producten wordt in de Indonesische keuken
    ontzettend veel plantaardige olie gebruikt. Zorg ervoor dat u dat in ruime mate aanwezig hebt. Gebruik
    kruiden naar eigen smaak, in het begin niet teveel. Men kan altijd eerst proeven en dan eventueel
    naar behoefte bijvoegen. In plaats van verse lombok kan men sambal oelek gebruiken.

  6. Laura says:

    Hallo beste mensen,
    Hebben jullie weleens van meridja gehoord? Mijn vader zegt dat het gele peperkorrels zijn. Eten jullie ook waar ik meridja kan kopen? Groet, Laura

  7. adri houtveen says:

    lieve mevrouw,
    sorry voor die azijn zeikers, u heeft een mooie duidelijke site ,complimenten.
    en die meneer Geenen is waarschijnlijk schoolmeester geweest,waar zijn op uw site recepten te vinden beste meneer,ben heel benieuwd, zoek altijd weer naar orginele recepten.vrgr.Adri Houtveen

Geef een reactie