Panada

panada

Als je bij Indische mensen op bezoek komt, is er altijd wel wat te eten of te snoepen. Het liefst zetten zij van alles op tafel om samen met hun bezoek van de gezelligheid te genieten.
Ook mijn gezin en ik houden van die bekende Indische lekkernijen, zoals loempia, lemper en risolles. Dit keer koos ik ervoor om panada’s te maken, hartige pasteitjes met een visvulling. Het deeg is homemade waardoor het nèt iets meer werk is om deze snack te maken. Op dit moment is dit totaal geen probleem, door de corona crisis en de daarbij horende quarantaine houden we allemaal meer tijd over. Voor mij dus een echte challenge om aan deze hapjes te beginnen, temeer  omdat dit voor mij de eerste keer is!

Panada

Online valt er niet veel achtergrondinformatie over panada’s te vinden. De enige info die steeds terugkomt, zijn recepten van ‘empanada’s met verschillende vullingen en vormen. Weet iemand misschien of ‘panada‘ hiervan is afgeleid? De herkomst van empanada’s is niet helemaal duidelijk, maar het deeghapje lijkt te komen uit Portugal. Nu heb ik gemerkt dat mensen met een Molukse afkomst stellen, dat panada een Molukse snack zou zijn… wellicht een culinaire nalatenschap uit de koloniale geschiedenis toen Portugezen hun basis op de Molukken hadden?

Benodigdheden (voor ongeveer 13-14stuks):

VULLING:

  • 3 blikjes makreel (tonijn is ook prima, maar dit is wat droger van smaak en structuur)
  • 3 sjalotjes
  • 3 teentjes knoflook
  • 3 djeruk purublaadjes
  • 1 sereh stengel
  • 1 rode lomboh (optioneel, je kunt dit weglaten of vermeerderen. Ik voegde zelf nog een extra tl sambal toe)
  • 1 schijfje verse djahé, of 1½ tl gemberpoeder
  • 1 tl kunyit
  • 60 ml water
  • ½ tl zout + ½ tl suiker +¼ tl peper (alle drie naar eigen smaak

DEEG:

  • 260 gr tarwemeel
  • 1 el suiker
  • 1 tl gist, dus niet het hele pakje
  • 40 ml santen (kokosmelk)
  • 90 ml water
  • 30 gr margarine op kamertemperatuur (sorry, staat niet op de foto)
  • 1 ei
  • ½ tl zout

    ingrediënten panada
    Ingrediënten panada
  • wat zonnebloemolie om te frituren.

Bereidingswijze vulling:

  1. Laat de blikjes makreel uitlekken in een vergiet en trek ze met 2 vorken uit elkaar.
  2.  Pel de teentjes knoflook, de sjalotjes en maal dit fijn samen met de kunyit, de djahé en de lomboh en 60 ml water in de ‘tjobèh’  -vijzel- of keukenmachine.
  3. Fruit deze bumbu lichtjes aan in wat olie; na enkele minuten voegt u de sereh en de blaadjes djeruk purut toe. Bak dit even mee tot het lekker ruikt.
  4. Doe nu de makreel erbij en meng dit goed door.
  5. Voeg nu zout, peper en suiker toe en kruid eventueel naar eigen smaak bij. Laat de vulling afkoelen.

Bereidingswijze meel:

1. Roer de droge ingrediënten: meel, suiker en gist in de beslagkom.
2. Klop in een ander kommetje het ei, 40 ml santen, 90 ml water goed door.
3. Mix dit eimengsel 5 minuten door de droge ingrediënten.(op mediumspeed, ik gebruikte stand 3).
4. Voeg nu 30 gr margarine toe en ½ tl zout. Mix dit 20 minuten, weer op mediumspeed stand 3. Het meel wordt nu goed vermengd en krijgt beetje bij beetje de vorm van een bal.
5. Haal de deegbal uit de kom, giet een slokje olie in de deegkom en plaats de deegbal terug. Dek af met plastic folie en laat 30 minuten rusten.
6. Duw uw vuist in de zachte deegbal om de lucht er uit te krijgen.

Rollen en vullen:

1. Strooi wat bloem op uw aanrecht of werkblad en rol hierop de deegbal uit. Snijd nu deze deegrol in 13-14 gelijke stukken. Vorm hiervan balletjes en bedek ze daarna met een stuk plastic folie. Laat dit 15 minuten rusten.
2. Rol nu met een deegroller een balletje uit tot een lapje van zo’n 10 cm doorsnee. Trek dit deeglapje aan de kant ietsjes uit en leg dit op uw linkerhand. Het lapje is nu wat groter geworden, de vulling mag in het midden gelegd worden. Ongeveer 1- 1½ volle el vulling per deeglapje. (gebruik wat bloem op uw handen, dit voorkomt plakken).

penada
1. Rol het deeg tot 13-14 balletjes. 2. Vul elk deeglapje met 1 el vulling. 3.Tadáá, nu mogen ze gefrituurd worden!

3. Vouw het deeglapje dicht, zodat er een halve maan ontstaat. Druk het randje goed dicht en vouw dit steeds stukje voor stukje naar binnen;  zo onstaat er een sierrandje (zie foto hierboven).
4. Laat de panada ongeveer 30 minuten in de koelkast rusten. Hierdoor worden ze wat steviger, het frituren gaat zo wat makkelijker.
Frituur ze nu op laag vuur (!) ongeveer 3 minuten (bij te hoog vuur en te hete olie kunnen er namelijk blaasjes in het deegbeslag ontstaan). Laat uitlekken op wat keukenpapier. Klaar !!
panada

 

panada vispasteitjeTip: Tijdens het rollen en vullen gebruikt u wat meel op uw handen. Dit voorkomt plakken. Indien nodig, verdeel wat meel over de deegrol.

Tip: U kunt natuurlijk ook een pasteitjesvorm gebruiken als u het niet ziet zitten om de panada zelf te vormen. Deze is te koop bij een kookwinkel; wrijf ook hierover wat bloem of olie om plakken te voorkomen.

Geef een reactie